Grootschalig onderzoek naar methodescholen in Vlaanderen is schaars. Puur naar resultaten in verdere studies zou er voor Freinetonderwijs geen merkbaar verschil zijn t.o.v. 'traditioneel' onderwijs. In de beginjaren van de lagere school zouden kinderen uit methodeschool wel een iets kleinere leerwinst hebben, maar er zou een inhaalbeweging zijn naar de laatste jaren van de basisschool. Interessant om op te merken is wel dat de Freinetpedagogie zelf ook geëvolueerd is: volgens een artikel van 2017 in de Onderwijskrant zou zo goed als geen enkele Freinetschool nog puur en alleen werken met de methodieken van Céléstin Freinet. Integendeel, de meeste Freinetleerkrachten werken met leerplannen, methodes en boeken (die zo verfoeid werden door Célestin Freinet). Het Freinetonderwijs wordt met andere woorden tegenwoordig aangevuld met meer traditionele methodes.
Prof. Pedro De Bruyckere verwees in 2018 in een artikel van EOS naar het duurste onderwijsonderzoek ter wereld, het 'Follow Through'-onderzoek. In die studie werden 372 000 leerlingen gedurende 10 jaar gevolgd. In één school waren 9 verschillende soorten aanpak verenigd. Het onderzoek toonde aan dat het 'teacher led'-model (of directe instructie) de enige methode is die werkt op alle vlakken. Hierbij dient wel vermeld te worden dat het gaat om één specifieke model van directe instructie: doelgericht, met de klemtoon op nadenken, stap voor stap en veel aandacht voor monitoren en opvolgen van leerlingen. Volgens dat onderzoek zou 'zelf ontdekkend leren' één van de slechtste correlaties hebben met resultaten in het hoger onderwijs.
Maar concreet wetenschappelijk vergelijken tussen klassieke scholen en methodescholen blijft verder zo goed als onmogelijk. Je kunt kinderen niet tegen hun zin naar een bepaalde school laten gaan. Uit onderzoek zijn er dan ook weinig aantoonbare objectieve voor- of nadelen te halen m.b.t. het Freinetonderwijs specifiek t.o.v. het 'traditioneel' onderwijs. De verschillen in effecten tussen methode- en andere scholen zijn bovendien nooit louter toe te schrijven aan verschillen in pedagogische aanpak. Andere aspecten van onderwijskwaliteit kunnen evengoed aan de basis liggen (Methodescholen in het Vlaamse basisonderwijs).
Daarom sommen wij hieronder enkele subjectieve, mogelijke voor- en nadelen op.
- Voordelen:
- De ouders worden (verplicht) betrokken bij de school. Betrokkenheid van ouders komt het kind altijd ten goede.
- Er wordt erg kindgericht gewerkt, vanuit de interesses van het kind, ervaringsgericht en met de nadruk op zelfontplooiing en sociale vaardigheden.
- De inschrijvingen per klas worden meestal beperkt op een haalbaar aantal leerlingen.
- Er wordt enkel huiswerk met een meerwaarde gegeven.
- Nadelen:
- Wanneer een kind plots toch weer de overstap maakt of moet maken (bijv. door geen vervolgaanbod in de buurt) naar 'traditioneel' onderwijs, dan zal het wellicht niet makkelijk zijn voor het kind om zich daarnaar aan te passen. In een Freinetschool ontbreekt de structuur die een school normaal gesproken biedt. Kinderen moeten dus kunnen omgaan met die vrijheid en verantwoordelijkheid (Wat is het Freinetonderwijs?).
- Aansluitend op het eerste punt: de opleidingen aan de universiteit en hogescholen zijn vaak wél erg cognitief en op intellectuele kennis gericht, inclusief het verzetten van heel veel theoretische leerstof en veel 'stilzitten'. Ook dié aanpassing zal mogelijks niet makkelijk zijn.
- Het merendeel van de kinderen in Freinetonderwijs zijn kinderen van hoger opgeleide ouders. Van een sociale mix is - vaak ondanks vele inspanningen - weinig sprake (Dedulle M., Het Nieuwsblad, 10 februari 2023).
Quote geraadpleegd op 26/04/2023 van The Life And Works Of Célestin Freinet - Amis De Freinet
Geen opmerkingen:
Een reactie posten