Financiering, rechten en plichten.

Financiering van Freinetscholen

In tegenstelling tot het officieel onderwijs georganiseerd door de Vlaamse overheid (gemeenschapsonderwijs) of door de provincies en gemeentes organiseren scholen van het vrij gesubsidieerd onderwijs, inclusief Freinetscholen, zelf onderricht onafhankelijk van een overheidsinstantie. Wel krijgen ze, zoals de naamgeving verraadt subsidies of bijdragen van de Vlaamse Overheid. Met de subsidies kunnen deze scholen hun werking- en personeelskosten, onderhoud van gebouwen, e.d. betalen. In principe hoeft dus je zoon of dochter onderwijs te laten volgen in een Steinerschool niet meer te kosten dan in een school van het gemeenschapsonderwijs.

In de Vlaamse gemeenschap is het inschrijvingsgeld voor alle vormen van secundair onderwijs volledig gratis (Inschrijvingsgeld | Belgium.be). Wel kunnen er in zowel het vrij gesubsidieerd onderwijs als het officieel onderwijs kosten verhaald worden op de ouders. Dit gaat om de aanschaf van cursusmateriaal, huur van kluisjes, bijdragen voor uitstappen, ... 
De subsidies die het vrij gesubsidieerd onderwijs krijgen zijn het resultaat van een jarenlange schoolstrijd in België tussen vooral het katholiek onderwijs en het officieel onderwijs, die werd beslecht met het zogenaamde Schoolpact van 1958 (Schoolpact - Wikipedia). Belangrijke pijlers waren een gelijkaardige reglementering, subsidies en het hierboven vermelde verbod om inschrijvingsgeld te vragen voor het secundair onderwijs. Het Schoolpact, dat uiteindelijk werd omgezet in de Schoolpactwet van 1959, moet de bestaanszekerheid garanderen van zowel het officieel als het vrij gesubsidieerd net. Wie zou er zijn zoon of dochter nog inschrijven in een Steinerschool indien deze hun kosten volledig zou moeten verhalen op de ouders?


Recht op vrijheid van onderwijs

Indirect garandeert de Schoolpactwet van 1959 ook de vrijheid van onderwijs die verankerd is in Artikel 24 van de Belgische grondwet - GrondwetNL.pdf (dekamer.be) In Artikel 24 van de Belgische grondwet staat dat vrijheid van onderwijs gegarandeerd moet zijn. Deze vrijheid kan men zien vanuit de kant van de onderwijsverstrekkers (actieve onderwijsvrijheid): de vrijheid om onderwijs te organiseren en er vorm aan te geven en ook vanuit de kant van de onderwijsgebruikers (passieve onderwijsvrijheid): ouders kunnen zelf kiezen welke school overeenstemt met hun opvattingen, moraal of godsdienst. 

Dus concreet betekent de passieve onderwijsvrijheid dit dat het beslissingsrecht om je puber of kind in te schrijven al dan niet in een Freinetschool volledig bij de ouders ligt. Dat er überhaupt Freinetscholen zijn in Vlaanderen en Wallonië kan men linken aan de actieve onderwijsvrijheid. Iedereen heeft in theorie het recht om onderwijs te organiseren. Recentelijk zijn er in Vlaanderen zelfs nieuwe onderwijsinitiatieven opgestaan, zoals bv. de LAB scholen - LAB GEDREVEN ONDERWIJS | Secundair | St. Amands - St. Niklaas (labonderwijs.be).


Plichten en rechten van een Freinetschool

De scholen van het net van het vrij gesubsidieerd onderwijs, inclusief de Freinetscholen, moeten zich echter ook aan een aantal plichten houden: 

  • leerplicht vanaf 5 jaar;
  • controle op gebouwen en hygiëne, leerplannen en naleving van eindtermen.
  • normen i.v.m. het aantal leerlingen en vereisten rond het bestuur van een school.

De eindtermen, zijn onderwijsdoelen bepaald door de Vlaamse Overheid en gelden voor alle onderwijsnetten, inclusief de Freinetscholen (Onderwijsdoelen). De concrete invulling om de eindtermen te bereiken wordt neergeschreven in de leerplannen. Ieder onderwijsorganisatie heeft het recht om zelf zijn eigen leerplannen op te stellen. Het katholiek onderwijs en het gemeenschapsonderwijs gebruiken (elk apart) uniforme leerplannen voor alle scholen die onder hun vleugels vallen. Het FOPEM (Start - Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen (jimdo.com) stelt echter geen leerplannen op. Dit is ook logisch, aangezien er meerdere methodescholen met een andere pedagogische invalshoek onder de waaier van het FOPEM vallen. In het Freinetonderwijs in Vlaanderen (en Nederlandstalig Brussel) zijn het de scholengroepen die elk afzonderlijk hun eigen leerplannen opstellen -zoals bv. de secundaire scholengroep Keerpunt, opgericht in 2019 en met verschillende vestigingen (o.a. Oudenaarde) -  Freinetpedagogie – keerpuntscholen. Met andere woorden als je als leerkracht werkzaam in het Freinetonderwijs overstapt naar een andere scholengroep, dan zal je een ander leerplan moeten volgen.  


Geen opmerkingen:

Een reactie posten